Overschrijding WMO budget

Begin 2017 meldde het college een verwachte overschrijding met meer dan 100% van het budget voor hulpmiddelen WMO. Bij de bespreking van de tussenrapportages in de tweede helft van 2016 heeft het college geen signalen afgegeven over een dreigende overschrijding. Kennelijk is ook het college overvallen door de ontstane overschrijding. Ook bij het afsluiten van een nieuw contract vanaf 1 april 2016 is kennelijk geen signaal gegeven dat het bestaande budget niet toereikend zou zijn geweest.
 

Hoewel bij de WMO verstrekkingen sprake is van een open einde regeling en dus beperkte sturing mogelijk is op het budget, heeft het college deze post niettemin in de begroting gebudgetteerd. Een dergelijke budgettering kan alleen effectief zijn om onaangename verrassingen te voorkomen als er een goed functionerend signaleringssysteem bestaat, dat tijdig dreigende overschrijdingen meldt. Alleen dan kan het college sturing geven op het budget. En sturing zou mogelijk moeten zijn op gebieden als indicatiestelling, nieuwe inkoop, onderhoud en vervanging.
 
De overschrijding van het budget van € 350.000 met een bedrag van ten minste € 450.000 is dermate onverwacht en van een zodanige omvang, dat dit vragen oproept over de effectiviteit van de signalering- en sturingsfunctie. In zijn brief van 5 april meldt het college weliswaar diverse opstartproblemen, maar er wordt geen afdoende verklaring  gegeven waarom een dreigende overschrijding niet (tijdig) is gesignaleerd (meer leveringen en facturen die in spam box terecht zijn gekomen).
 
GroenLinks stelt het op prijs deze problematiek aan de hand van de volgende vragen te bespreken tijdens de vergadering van de raadscommissie Samenleving van 7 juni  2017.
 
1. Hoe kon het gebeuren dat zonder waarschuwingen vooraf een zodanig grote overschrijding van het budget ontstaat? Is de commissie van mening dat de verklaring die het college daarover tot nu toe heeft verstrekt volstaat?

2. Acht de commissie het met GroenLinks zinvol om meer inzicht te krijgen in de afspraken met de nieuwe samenwerkingspartner per 1 april 2016, in het bijzonder waar het betreft een inventarisatie naar de technische en economische levensduur van de verstrekkingen en dus naar de omvang van de vervangingsvraag?

3. Is de commissie het met GroenLinks eens dat het college moet worden uitgenodigd te onderbouwen dat het vanaf 2017 in control is met betrekking tot de ontwikkeling van de kosten van de hulpmiddelen WMO?